deze dorre FRONTALE zinsbouw

van onze hedendaagsche literatuur

dadamanifstijl14

de netjes onder elkaar geplaatste zinnen / deze dorre FRONTALE zinsbouw / waarin de vroegere realisten hun tot zichzelf beperkte ervaringen / uitdrukten

Must-verder lezen: MANIFEST II VAN “DE STIJL” 1920 over de nieuwe poësie, verdedigd door THEO VAN DOESBURG / PIET MONDRIAAN / ANTONY KOK.  Te Leiden, april 1920.

Vandaag maandag dus dada revisited, alles n.a.v. het daggedicht via Laurens Jz. Coster: het prachtige De wisselwachter van Antony Kok. Wat een indrukwekkende zinsbouw: vol DIEPTE en INTENSITEIT!

Ik leerde dichter Antony Kok kennen in de vorige eeuw. In het laatste jaar van het middelbaar lazen we Paul Rodenko’s inleiding tot zijn bloemlezing uit de avant-garde Nieuwe griffels, schone leien. Een onvergetelijke leesexperience, een fantastische bron van basiskennis over het wezen van de moderne kunst via avant-gardistische poëzie, een wonderbaarlijke Europese selectie van intrigerende en verduidelijkende gedichten. Epifanie moderne poëzie. Ik herinner me puur onbegrijpelijke gedichten in traditionele strofenpresentatie van was het Hugo Ball of Kurt Schwitters, een Schwitters klankgedicht als de Sonate in Urlauten   Lanke tr gl pe pe pe pe pe … en meer heerlijk experimenteels!

dadabuelens14 Ja, dada, het literaire experiment tout court, is altijd mijn dada geweest. Dada doet zijn werk, nog altijd, zeg ik met een persiflage op de titel van de bloemlezing 2014 door topkenners Hubert van den Berg en Geert Buelens waaruit Laurens Jz. Coster van de week elke werkdag een gedicht wil presenteren.

DADA ist der Stil unserer Zeit die keinen Stil hat. Begrijp U dat? Zo klinkt het in strijdbare woorden in MERZ 1 HOLLAND DADA, Januar 1923, ha wonder der digitalisering! (Darf ich uns vorstellen? Kijk eens, wij zijn Kurt Schwitters, nicht dada sondern Merz, Theo van Doesburg, nicht dada sondern Stijl, […]) :

Wir wecken den schlafenden Dadaismus der Masse. Wir sind Propheten. Wir entlocken wie einer Flöte der Menge unserer Zuhörer Töne von dadaistischer Schöne. Wie ein Meer. Wie eine Ziege ohne Hörner. (MERZ 1, p. 4, met een leadgedicht van Antony Kok.)

Tot slot: Lanke trr gll … uit een digitale bib:

sonateUr14

Via PennSound.

Dit bericht werd geplaatst in Uncategorized en getagged met , , , , , , , , , , , . Maak dit favoriet permalink.

Een reactie op deze dorre FRONTALE zinsbouw

  1. Ken je Ben Klein? Ook een experimenteel dichter.

    En Ward Mertens, een vriendje vna me, schreef:

    Naar aanleiding van een publicatie van Maaike Haneveld in Kluger Hans, surfte ik naar haar blog maaikeheefteenwebsite.nl. Daarop vond ik enkele knappe cut-ups. Ze knipt en plakt niet alleen woorden, maar voegt er ook een beeld aan toe. Volgens wikipedia nestelt ze zich daarmee in een traditie die teruggaat tot de dadaïst Tristan Tzara. Hij verzamelde uitgeknipte woorden in een hoed, trok er blind een aantal weer uit en maakte daarmee een gedicht.

    De bekendste cut-upper, beat poet William S. Burroughs*, zei in een interview met The Paris Review het volgende over de techniek:

    Elke verhalende passage of een passage die bestaat uit, zeg, poëtische beelden is altijd onderhavig aan een hele reeks varianten, die allemaal op hun eigen manier waardevol kunnen zijn. Als je een pagina van Rimbaud verknipt en herschikt, krijg je compleet nieuwe beelden – echt Rimbaud-beelden, maar nieuw.

    Zie http://wardmertensschrijft.blogspot.be/

    Mvg

    Nicole

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s