Zwirbler

a new follower on Twitter.

En terwijl Jeroen Clemens straks met vuur zijn onderwijsonderzoeksproject over onlinetekstbegrip zal verdedigen op de HSN-conferentie 2013 in Utrecht, lees ik een verhaalschijfje uit de facebookroman Zwirbler. Geef toe, het onlinelezen van fictie is anders dan de offlineactiviteit. En dat geldt evenzeer voor non-fictie. Zoveel soorten teksten ontrollen zich multimediaal op zoveel soorten schermen. Veel meer publiek kan direct aangesproken via sociale media – creating a multidimensional realtime – uitgenodigd, geïnspireerd, gestimuleerd, aangepord tot interactiviteit, als co-auteur, inspirator, commentator, distributor, criticus, of dat allemaal tegelijk, … , of als weetgierige of nieuwsgierige lezer of toevallige bezoeker, gebruiker, lanterfanter, speler, participant, … ,

Daar dacht ik aan toen ik het filmpje opende bij de tweet uit Zwirbler (zie boven). Ik weet, ik trap open deuren in maar het is toch godgeklaagd van te willen beweren dat onlinetekstbegrip hetzelfde is als wat we tot nu in de eindtermen of leerdoelen leesvaardigheid en literair lezen op de middelbare school voor ogen hebben gehad. @jeroencl, I’m on your side, en erg benieuwd naar je onderzoeksresultaten!

Zwirbleruniscreen-pic13Terug naar Zwirbler, naar geschreven socialemediafictie, literatuur. Zwirbler promoot zichzelf als der 1. Facebook-Roman der Welt. En dan golven mijn gedachten direct terug naar Elfriede Jelinek. Was zij niet bij de eersten om een internetroman (Neid) te schrijven? Een Privatroman. Paradoxaal. En vorig jaar nog hapte ik een paar getweete brokken mee van Daan Heerma van Voss’ #zttv, een roman die wel in boekvorm stond te verschijnen: Zonder tijd te verliezen. (Dat treft: de leeslijst van de getalenteerde auteur is zopas in de serie van HP/De Tijd verschenen.)

Al eerder schreef ik over de Facebookpoëzie van David Van Reybrouck en de twitteratuur #instaroman van Antwerpens stadsdichter 2012-2013 Bernard Dewulf. Goede probeersels drijvend op collectieve fantasie, beide voorbeelden beetje veel richting promostunts naar mijn smaak – vrijheid blijheid, hoor – wie ben ik om op de virtuele | interactieve | democratische | xxx | yyy  dimensie van literatuur te willen beknibbelen. Integendeel, ik juich het weidse experiment toe, het spel, de dynamiek van diverse en wisselende rollen en werelden, creatie / productie / performance / promotie / distributie / gebruik / ‘curatie’ / kritiek / xxx / yyy. Kijk, Zwirbler, dat is ook een nationaal leesbevorderingsevent toe: Österreich liest Zwirbler, en Zwirbler is ook ‘live’ te volgen op de Oostenrijkse universiteiten (zie afbeelding UniScreen). Lezen 3.0 van literatuur is sociaal lezen. Is waar ook wanneer ook actief kunnen participeren aan het culturele leven. Hoera!

Van romanpromo gesproken. Zwirbler is zoals dat past overal, ook in het hiernamaals (Jenseits). Nog iets: de auteur met de (web)touwtjes in handen heet TG, en het doelpubliek is vanaf 17 jaar. Hm. Het gaat dus om een nieuwe invulling van de auctoriale verteller. En van nieuw ‘auteurschap’: de onzichtbare schrijver op Facebook. Paradoxaal. Net zoals Elfriede Jelinek het voor iedereen zichtbare schrijven-in-progress van haar roman Neid ervoer en bedoelde. Maar tot Zwirbler verhoudt de auteur zich toch weer dat ietsje anders, ondergedoken of verborgen in de naam TG. Kommunikationsexperte, Designer & Autor, profileert hij zich.

Ha, wat virtualiteit, sociale media, met lezen en (literair) schrijven doet! Wat een (leer)mogelijkheden, wat een inspiratie, wat een schatkamer aan transformaties. Op naar een transitie in het leesonderwijs waarin ik ook het sociale lezen van literatuur zoals van een instaroman of neem een facebookroman als Zwirbler incalculeer. Jeroen Clemens is een gangmaker van die transitie van de traditionele leesvaardigheid naar het bredere werken aan ‘digitale geletterdheid’ binnen het schoolvak Nederlands. Hij geeft een eerste zet met zijn onderzoek naar onlinetekstbegrip.

Is het er bij de haren bijgesleurd als ik rechtstreeks vanuit mijn PLE😉 dubbelop eindig met een tijdsprong over eeuwen? Met een quote van Franz K. Stanzel uit een oud studieboek, verwijzend naar Quintilianus’ Institutio oratoria:

Es ist ein Gemeinplatz der antiken Rhetorik, dass verschiedene Redestile oder Erzählweisen verschiedene Wirkungen auf den Zuhörer oder Leser ausüben.

En een tweet – what else? Meteen de cirkel van deze post rondmaken toch – gevonden op het Twitter Fiction Festival op Storify:

Een update dringt zich op. Mijn geblog over het ‘auteurschap’ van Zwirbler moet doorgeprikt of alleszins bijgewerkt: het blijkt een eendagstheorietje te zijn. Dat heb je als je er als een razende trein op los blogt, zonder checken. TG is het pseudoniem van Gergely Teglasy – hij wil niet anoniem blijven, neen, het is gewoon omdat hij zijn naam onuitspreekbaar vindt. Hier een interview met foto.

Dit bericht werd geplaatst in Uncategorized en getagged met , , , , , , , , , , , , , . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s